In de sneeuwnacht roept plots een uil de stilte stuk. Een vreemde vogel.
Handgrote bla'ren
bedekken heel het grasveld.
Dood boven leven.
Plassen wachten
op warmte om te verdampen.
Water wordt een wolk.
Een meeuw op één poot
starend staande in de zee.
De kou deert haar niet.
Wolken als watten
bovenaards.Vanop de grond
een weelde van kleur
Het licht aan zee is Feller dan over het land De hemel ademt