18/08/2006

NEERGANG 1 (JOHAN SOENEN)

Ik las dezer dagen een boekje uitgegeven in 1985 van Johan Soenen 'Neergang 1', het verhaal over zijn echtscheiding met wat later de vrouw zou worden van de schrijver Jef Geeraerts. Soenen was mijn klastitularis van de 5e Grieks-Latijnse op het jezuïetencollege te Brussel in 1960-1961. Ik heb hem sindsdien nooit meer teruggezien. Hij moet vandaag 71 zijn maar voor mij staat alleen een enthousiaste, 25-jarige leraar met een strikje. Ik herinner met dat hij toen graag sprak over zijn verse bruid. Hij zou mijn enige lekentitularis van mijn humaniora en dus de enige die daarover kon spreken. De ironie van het verhaal wil dat Geeraerts dezelfde jezuïet kende als ik , pater Leo Vandekerckhove zaliger. Hij was mijn klastitularis in de poësis. Geeraerts zou hem af en toe bezoeken zei de pater in onze klas. Hij was er discreet over maar erg positief was zijn gelaatsuitdrukking niet. eerder meewarig. Soenen heeft dat nooit geweten, denk ik.

Het boek is geschreven op de ironische soms badinerende toon die Soenen al hanteerde als jonge leraar, ook al gaat het over een triest onderwerp. Ik sta te kijken over Soenens lijdzaamheid in zijn eerst huwelijk. Hij wil zijn vrouw, die herstellende was van tbc, teveel koesteren. De neiging om daarvan misbruik te maken is niet nieuw. Ondanks publieke ontrouw en vernedering duurt het huwelijk nog dertien jaar. Het is meer dan 'geduld', die de auteur ten onrechte een godsdienstige oorsprong geeft. Het is gewoon een karaktertrek. 'Te goed' zou de volksmond zeggen. Soenen bekent dat hij ook al wel eens een scheve schaats reed maar zijn droom was anders, de droom van zovelen naar huiselijk geluk. Hij zou dat vinden in zijn tweede huwelijk. Daar eindigt het boek trouwens op. De echtscheiding zelf loopt uit op een gevecht om centen en bezit, zoals vaak. Geeraerts en de inmiddels beroemde Eleonora (Slora in het boek) komen er kleintjes uit. Hebzucht, één van de vele uitingen van egoïsme. Geeraerts komt uit het boek als een getalenteerde oplichter en zijn eerst vrouw als erg ijdel. Een beroemd (in Vlaanderen) schrijver kan werken als een afrodisiacum. De 'macht' heeft volgens Kissinger ook een dergelijke werking! Soenen was niet alleen zijn vrouw kwijt maar ook zijn geld. In alle opzichten bedrogen. Dramatisch is de passus waar hij met een long-rifle op stap is naar zijn vroeger huis maar het loopt gelukkig goed af.

Het boekje is geschreven twaalf jaar na zijn echtscheiding. Zelfs dan voelde Soenen nog de nood om daarover te schrijven. Als de rivaal niet Geeraerts zou geweest zij zou er geen aandacht aan geschonken worden en zou er wellicht zelfs niet over geschreven zijn. Het is een risicovol thema want de neiging bestaat om wraak te nemen. Zoals met mémoires. Als het alleen dat is begint men er best niet aan. Het enige wat een schrijver daarvan kan redden is een maximum aan objectiviteit, authenticiteit en sereniteit. Meestal lukt Soenen erin.

Soenen heeft zijn leven gelukkig in handen genomen. Hij bouwde een nieuw gezin op en werd vader. Hij bouwde professioneel een indrukwekkende academische loopbaan op en werd nationaal voorzitter van het Vermeylenfonds.

« HET ONVERMOGEN (GIOVANNI PEIRS) | Hoofdmenu | LE LIVRE ET LES LIVRES »

Reacties

De generatie waarover hier sprake is, pakt tot op vandaag graag uit met hun o zo boeiend levensverhaal. Natuurlijk fascineert de passie en levensdrift van vooraanstaande schrijvers, politici, acteurs (en van gewone stervelingen). Dat die verhalen een tragische keerzijde hebben en vol kleinmenselijk egoïsme zitten, vergeten we graag. En wie na een heel leven terugkijkt, vraagt zich af: wie komt hier echt respectabel en sterk uit? Wie zijn de verliezers? En de winnaars? En waar zit de echte diepmenselijkheid?

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.